
Op 10 juni 1948 - drieëneenhalve maand nadat vaandrig Aernout en 1e luitenant Muller von Czernicki op 28 februari 1948 in Lembang in een hinderlaag waren gelopen en waarbij Aernout is gesneuveld - werden tijdens een bliksemactie door de Algemene Politie in de kampong Santja vier man van de destijds in Lembang aanwezige groep Indonesische guerrilla's (pelopors) gearresteerd, te weten: Sukrija bin Nurhaja (alias Gerong), Raub bin Sumitra, Lekem bin Maduchri en Mahdi bin Alpian. Dit naar aanleiding van een tip van de assistent-wedana van Lembang Raden Hajati Gandaprawira. Niet veel later werd ook nog eens een vijfde man gearresteerd, genaamd Sukarji bin Kalwan (alias Pa Satu) die, zoals later is gebleken, er die bewuste 28e februari 1948 helemaal niet bij is geweest.
(Opmerking: De namen van de overige guerrilla's waren: Mustari (de leider), Kanda, Sabo (alias Karja), Suhaja (deze is medio juni 1948 te Palintang gesneuveld), Baong, Iri, Sugna Madja en Adung. Degenen die opdracht zouden hebben gegeven voor de hinderlaag waren de ook in Lembang aanwezige nationalisten Gara Kartadisastra en Imong Rugiman bin Adiwiranta uit het district Segalaherang. Imong en Gara zijn respectievelijk op 25 september 1948 en 10 december 1948 gearresteerd, maar op 5 november 1949 op last van de Officier van Justitie te Bandoeng op vrije voeten gesteld, omdat er geen voldoende redenen voor verder aanhouding aanwezig waren.)
Vanwege een langdurige ziekte van een van hen hebben ze met z’n vijven pas in januari 1950 terecht gestaan in aanwezigheid van de Nederlandse politiemannen Krijger en Manoch. Blijkens het vonnis no.305/1949 d.d. 17 april 1950 van de Indonesische Rechtbank te Bandoeng werd Sukrija bin Nurhaja (alias Gerong) - die aanvankelijk bekend had - tot 10 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn vier kompanen werden vrijgesproken. Sabo - degene die het dodelijke schot had afgevuurd - was ten tijde van het proces nog steeds voortvluchtig.
Echter, niet lang daarna is door president Soekarno aan Sukrija amnestie verleend "aangezien hij genoemd misdrijf heeft bedreven om hulp te verlenen aan de strijd voor de onafhankelijkheid van Indonesië".
De eerdere uitspraak van 10 jaar gevangenisstraf zou dus bedoeld zijn geweest om de bij het proces aanwezige Nederlandse politiemannen tevreden te stellen en tevens om aan te tonen dat de nog jonge Indonesische Republiek over een onafhankelijke rechtspraak beschikte. Kortom, het was niets anders dan een showproces.
Aan de andere kant is het ergens wel te begrijpen, want als de Indonesische rechters destijds iedere Indonesische guerrilla hadden veroordeeld wegens het doodschieten van een gewapende ‘vijandelijke’ Nederlandse militair dan zouden er wel heel wat van hen achter de tralies zijn verdwenen.
Gerard de Boer

Het Indonesische Guerrillakruis (Bintang Gerilja):
